Estate Planning




Estate Planning is een ander woord voor besparing op het gebied van schenkbelasting en erfbelasting.

Het wordt ook wel nalatenschapsplanning genoemd. 

Veel mensen vinden het plezierig om enerzijds zo lang mogelijk de beschikking te hebben over hun vermogen en anderzijds om een aantal maatregelen te nemen die de bedoeling hebben erfbelasting te zijner tijd zoveel mogelijk te vermijden. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden.

I. Schenking


A.  Algemeen.

Men kan schenken aan kinderen omdat men het leuk vindt daadwerkelijk iets aan de kinderen te geven. Het is ook mogelijk om te schenken aan kinderen zonder dat daarbij ook maar één euro over tafel gaat, met de bedoeling om te zorgen dat de kinderen na het overlijden van hun ouders minder erfbelasting verschuldigd zijn aan de fiscus.

B. Schenking met teruglening.

Veel mensen zouden best aan hun kinderen willen schenken, maar vinden het toch ook een onplezierige gedachte "zich bij leven uit te kleden". Men weet immers niet wat er nog kan gaan gebeuren.

Een methode om te schenken maar nog niets te hoeven uitbetalen, is het schenken op papier met teruglening. Er gaat dan geen geld over tafel. Volgens de wet dient een dergelijke schenking bij notariële akte te geschieden. Men moet daarvoor naar de notaris.

De notaris maakt een akte op waarin de ouders met hun kinderen overeenkomen dat de ouders aan ieder van de kinderen een bedrag schenken, welk bedrag de ouders echter meteen weer teruglenen.

In deze akte kan worden bepaald dat de lening pas opgeëist kan worden na het overlijden van de langstlevende ouder dan wel zodra deze naar een verzorgingshuis of verpleeghuis zou gaan (als daar het vermogen moet worden opgemaakt).

Over het aan de kinderen schuldig erkende bedrag moet echter wel een rente worden vergoed. Sinds 2010 is deze rente door de wetgever vastgesteld op zes procent (6%).
In fiscaal opzicht is dit tamelijk hoge percentage aantrekkelijk, omdat daardoor ook weer erfbelasting wordt bespaard.


Onder de huidige fiscale wetgeving immers behoeft geen belasting meer betaald te worden over het bedrag aan rente dat men werkelijk ontvangt. Het belastingsysteem voor inkomsten uit vermogen is namelijk vervangen door een forfaitaire rendementsheffing. Dit betekent dat een vast percentage van een deel van het vermogen, tegen een vast tarief, in de belastingheffing wordt betrokken. Dit geldt uiteraard zowel voor ouders als voor kinderen.

Het forfaitaire rendement wordt vastgesteld op 4% per jaar van het saldo van de bezittingen en de schulden en belast tegen het tarief van 30%. Dit komt neer op een werkelijke belastingdruk van 1,2% van het saldovermogen. De kinderen zullen 1,2% betalen over de vordering die ze hebben op hun ouders en de ouders zullen de schuld aan de kinderen in mindering kunnen brengen in box 3 waardoor ze dienovereenkomstig minder belasting betalen.

Uiteindelijk betaalt men in "familieverband" dus niet meer of minder belasting. Het voordeel voor de kinderen is gelegen in de besparing van erfbelasting te zijner tijd, niet alleen over het geschonken vermogen, maar ook met betrekking tot de rente die in de loop der jaren betaald wordt door de ouders aan de kinderen.

C. Tarieven en vrijstellingen voor schenkbelasting.

Het tarief voor schenkbelasting is gelijk aan het tarief voor erfbelasting.

Door ouders kan aan kinderen jaarlijks een bedrag van € 5.030 (tarief 2012) worden geschonken vrij van schenkbelasting. Daarnaast is er een eenmalige grote vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 35 jaar ten bedrage van € 24.144,00 (tarief 2012).

Grootouders kunnen aan kleinkinderen per jaar een bedrag van € 2.012 (tarief 2012) schenken vrij van schenkbelasting.

Veel mensen denken dat ze aan hun (klein)kind niet meer mogen schenken dan het van schenkbelasting vrijgestelde bedrag. Niets is minder waar. Je mag net zoveel schenken als je wilt. Het gevolg is echter wel dat als je meer (dan de vrijstelling) schenkt er schenkbelasting verschuldigd is. Vaak kan het echter wel voordelig zijn om bij leven van de schenker schenkbelasting te moeten betalen teneinde te zijner tijd (aanmerkelijk meer) erfbelasting te voorkomen.


 

II. Testament


A. Aanvulling op wettelijke regeling (wettelijke verdeling)

Sinds 1 januari 2003 is er nieuwe wetgeving met betrekking tot erfrecht van kracht. Onderdeel van deze wetgeving is de wettelijke verdeling. Ingevolge deze wettelijke verdeling wordt de langstlevende echtgenoot automatisch de enig gerechtigde tot de nalatenschap van de overleden echtgenoot.

De langstlevende echtgenoot kan zelfstandig over de nalatenschap beschikken, zonder medewerking van de kinderen. De kinderen krijgen een vordering op de langstlevende ouder ter grootte van hun erfdeel. De kinderen kunnen het bedrag van de vordering pas opeisen wanneer de langstlevende ouder overlijdt of ingeval deze in staat van faillissement zou worden verklaard of de wettelijke schuldsaneringsregeling op deze ouder van toepassing zou zijn.

Het bedrag van de vordering van de kinderen wordt jaarlijks “op papier” vermeerderd met een percentage dat overeenkomt met die van de wettelijke rente, voorzover dit percentage hoger is dan zes. Is de wettelijke rente bijvoorbeeld 7% dan bedraagt de te vergoeden rente 1%. Bij testament kunt u aanvullingen maken op deze wettelijke verdeling.

Zo kunnen bijvoorbeeld de momenten waarop een kind zijn vordering kan opeisen worden uitgebreid.

Voorts kan het rentepercentage van de vordering worden aangepast. 

 

Ter besparing van erfbelastingen kan het aantrekkelijk zijn de rente op een tamelijk hoog percentage te zetten, onder omstandigheden bijvoorbeeld op 10% enkelvoudig. Dit heeft in dat geval tot gevolg dat een vordering van een kind op de langstlevende ouder in 10 jaar tijd verdubbelt. De langstlevende ouder heeft daar -zoals gezegd- geen last van. Bij het overlijden van de langstlevende ouder zullen de kinderen echter wel (aanmerkelijk) minder erfbelasting verschuldigd zijn. Andere factoren dan het besparen van erfbelasting kunnen echter ook leiden tot het niet vergoeden van rente of tot het vergoeden van een lage rente.

B. Vruchtgebruik-testament

Van deze testamentvorm kan eventueel gebruik gemaakt worden in de volgende situaties:
1. indien er sprake is van een tweede of verder huwelijk, terwijl er één of meer kinderen zijn uit een eerder huwelijk;
2. bij aanwezigheid van een aanzienlijk vermogen (bij een van de partners).

In dit testament krijgt de langstlevende ouder niet de beschikking over het vermogen als zodanig doch slechts het vruchtgebruik (rendement / woongenot) hiervan. Aan de vruchtgebruiker kunnen bepaalde bevoegdheden worden toegekend; het is mogelijk te bepalen dat de vruchtgebruiker niet alleen het recht heeft op de inkomsten uit het vermogen, maar ook de mogelijkheid heeft om - al dan niet volledig- op het vermogen in te teren.

Deze testamentvorm geeft minder vergaande bescherming aan de langstlevende ouder tegenover aanspraken van kinderen dan de onder II.A vermelde wettelijke verdeling.

C. Ik/ouder-testament

Bij nalatenschappen vanaf circa € 500.000,00 kan het zinvol zijn een testament op te maken estateplan waarin de zogenaamde "ik/ouder-clausule" is opgenomen. Deze clausule houdt in dat een beperkt recht van vruchtgebruik gevestigd wordt op een zodanig deel van de nalatenschap, dat over de verkrijging van de langstlevende ouder, met inachtneming van de erfbelastingvrijstelling, een gelijk percentage aan erfbelasting wordt geheven als over de verkrijgingen van de kinderen.

D. Ik/grootouder-testament

Deze testamentvorm kan geschikt zijn voor oudere mensen, die een of meer kinderen hebben, van welke kinderen vermoed kan worden dat hun gezinnen compleet zijn. In het algemeen zal het dus gaan om 'testateurs' van 65 jaar en ouder. 

Door dit testament gaat de erfenis na het overlijden van de grootouders naar de ouders, doch krijgen de kleinkinderen een groeiende vordering op hun ouders. Hiermee kan een zeer aanzienlijke besparing van erfbelasting -in het bijzonder bij grotere vermogens- worden bereikt. Aan deze fiscaal uiterst aantrekkelijke testamentvorm is echter ook een aantal nadelen verbonden, waardoor deze maar in een beperkt aantal gevallen bruikbaar is.


E. Estate planning testament

Een combinatie van bovenvermelde testamentvormen is mogelijk en kan in bepaalde situaties zelfs zeer wenselijk zijn. In een combinatie-testament, ook wel genoemd estateplanning-testament, wordt aan de langstlevende ouder de bevoegdheid gegeven om na het overlijden van de andere ouder een keuze te maken tussen één van de bovengenoemde testamentvormen.

Deze keuze zal mede afhankelijk zijn van de fiscale gevolgen van elk van deze constructies op dat moment.

III. Wijziging huwelijkse voorwaarden


Indien een echtpaar getrouwd is onder volledige uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, zonder enig verrekeningsbeding - én het vermogen van de beide echtgenoten zeer verschillend is - kan het zinvol zijn om de huwelijkse voorwaarden geheel op te heffen, of de huwelijkse voorwaarden zodanig te wijzigen dat bijvoorbeeld afrekening plaatsvindt op basis van fifty/fifty indien het huwelijk zou worden beëindigd door het overlijden.

Voorbeeld:

Man en vrouw zijn getrouwd met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, zonder enig verrekeningsbeding. Er zijn geen kinderen. Het vermogen van de man bedraagt € 750.000,00; het vermogen van de vrouw is vrijwel te verwaarlozen. De man overlijdt. De vrouw erft het gehele vermogen van de man. Indien de voor de echtgenoot geldende maximale vrijstelling van € 532.570,00 (tarief 2009) van toepassing is, is zij over haar verkrijging aan erfbelasting € 28.793,00 verschuldigd. Met een verrekeningsbeding of door opheffing van de huwelijkse voorwaarden is de vrouw gerechtigd in de helft van de waarde van de vermogens van de beide echtgenoten. De andere helft (€ 375.000,00) vormt dan de nalatenschap waartoe zij als enig erfgenaam gerechtigd is.

Op grond van de vrijstelling van € 532.570,00 zoals die geldt voor het erfbelasting betaalt zij hierover geen erfbelasting. De besparing bedraagt dus € 28.793,00.

Ook indien er sprake is van een echtpaar met kinderen, kan opheffing of wijziging van huwelijkse voorwaarden aantrekkelijk zijn. Hoe groter het verschil in vermogen, hoe groter het voordeel, mede in verband met de progressie in het tarief van de erfbelasting; het maximale tarief bij een verkrijging door een echtgenoot en kinderen bedraagt 20%.


Deze wijziging is overigens minder aan te raden ingeval de meest vermogende echtgenoot volgens de statistiek een grotere levenskans heeft dan de minder vermogende echtgenoot.

 

IV. Volmacht ter voorkoming van bewind of curatele


Het kan nuttig zijn om bij notariële akte een volmacht te geven aan iemand in wie men het volste vertrouwen heeft en wel voor de situatie dat men zelf niet meer vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand in staat is zijn financiële belangen te behartigen. In de volmacht kan worden bepaald dat hiervan pas gebruik gemaakt kan worden vanaf het moment dat een arts een schriftelijke verklaring aflegt dat de volmachtgever niet meer in staat is zijn belangen op een juiste wijze te behartigen en zijn wil te verklaren.

Aan de gevolmachtigde kan de bevoegdheid worden gegeven dat geschonken mag worden ten laste van het vermogen van de volmachtgever aan kinderen of verdere afstammelingen. Zoals hiervoor reeds is aangegeven kan met het doen van schenkingen een besparing van erfbelasting bereikt worden, in het bijzonder in verband met de progressie die er bestaat bij schenkbelasting en erfbelasting.

Indien iemand niet meer zijn belangen kan behartigen en er geen volmacht is afgegeven, dient in veel gevallen een onder bewindstelling of onder curatelestelling te worden aangevraagd. De bewindvoerder of curator zal in het algemeen niet snel toestemming krijgen van de kantonrechter om schenkingen te doen. Indien er echter een volmacht is verstrekt kunnen schenkingen doorgang hebben.

V. Voorbereiding overdracht onderneming


Voor een ondernemer is het van groot belang om ruim voordat hij vermoedelijk wil stoppen met zijn onderneming, zijn gedachten te laten gaan over opvolging. Komt er een opvolger vanuit de familiesfeer? Of iemand uit het bedrijf zelf? Of moet een mogelijke opvolger van buiten gehaald worden?

In het kader van de beëindiging kan gedacht worden aan:

- het oprichten van één of meer vennootschappen;
- het certificeren van aandelen;
- het treffen van specifieke testamentaire regelingen;
- het overdragen van aandelen;
- het doen van schenkingen en verstrekken van leningen; enzovoorts.

In ieder geval is het van groot belang tijdig plannen te maken. Overleg met de notaris of de belastingadviseur.

Periodiek overleg met een belastingadviseur en notaris is zinvol. En in het algemeen geldt dit voor iedereen die de beschikking heeft over enig vermogen. Over elk van de hierboven besproken onderwerpen is bij ons kantoor nadere informatie te verkrijgen zowel schriftelijk als mondeling.

 

Wilt u méér weten over een van de hiervoor aan de orde gekomen onderwerpen?

Bel dan voor een vrijblijvend adviesgesprek (0251 - 66 22 77). Wij helpen u graag!